HY en ik, november 2013

 


Wie ben je en hoe is je liefde voor Citroën (en de HY in het bijzonder) ontstaan?
Wij zijn Johan en Joke Wesselink en wonen samen al meer dan 20 jaar in het mooie Diever in Drenthe. Het zal rond het Milennium geweest zijn dat ook Pim en Marion Overwater vanuit het drukke en jachtige Westen de rust en ruimte van Diever opzochten. We raakten met hen bevriend en na enkele gezellige verjaardagen/vriendenmeetings  met HY-vrienden van hen te hebben meegemaakt kwamen we er niet meer onderuit om onze oldtimercaravan, ’n Constructam, in te ruilen voor een HY. Tenminste op een aantal voorwaarden: Pim zou er een voor ons zoeken, hij zou voor stalling zorgen en hij zou ons op weg helpen met het technisch onderhoud. Daarmee waren wij gerust gesteld dat wij konden rekenen op een goede support om zo’n “stuk oud roest” op de weg te krijgen en houden.
Onder het mom dat ik als cadeau van Abraham (ik werd dat jaar-2003- 50 jaar) van mijn gezin een HY kreeg, werd in februari 2003 een verlengde HY gekocht bij Ben en Irena Jager. Dit pas, nadat Irena ons als nieuwe eigenaren had goedgekeurd en het vertrouwen had dat de HY bij ons in goede handen zou komen. Eind mei, op mijn verjaardag, was de HY klaar (wat een pokkenwerk, al dat schuren, plamuren en schilderen én de remtechniek en zo, maar ja, dat was voor Pim natuurlijk!!).
Ik werd thuis opgehaald en pontificaal zittend op de motorkap van de HY door Pim en onze dochters op de treeplank, het hele dorp doorgereden, zodat iedereen wist wat er gebeurde.
Intussen is het Citroën-virus gegroeid en rijdt Joke ook in een eend en is onze zoon Joek begonnen aan zijn project: het restaureren van een besteleend, AK350. Maar dat is nog een lange weg te gaan.
 

Hoe en waar hebben jij en HY elkaar ontmoet?
Zoals al gezegd, bij Ben Jager in Den Haag. Pim had ons al foto’s gegeven van de bus die hij voor ons op het oog had: dan word je niet zo vrolijk als je dat ziet, maar hij verzekerde ons dat het goed kwam en dat je daar doorheen moest kijken. In februari 2003 samen op pad naar Ben om de HY te gaan bekijken en mijn schroom te overwinnen. Hij had naast zijn Bhyzonder nog een HY, overgenomen van iemand anders die hem kwijt moest. Na een proefritje en uitgebreid door Irena te zijn “geschouwd”, werd het busje aan ons toevertrouwd. Dus dat pakte zo uit dat van kijken gelijk kopen kwam en Pim aan het eind van de middag hortend en stotend en met allerlei bijgeluiden en rookpluimen de weg terug naar Diever aandurfde.


Was het liefde op het eerste gezicht?
Als ikzelf hem naar huis had moeten rijden, was hij blijven staan. Ik had nog weinig vertrouwen in die oude techniek en zeker met al die vreemde geluiden erbij. Wij hadden namelijk nog niets met sleutelen en autotechniek, als het maar reed. En meer vanuit de vriendschap, dan vanuit de liefde voor de HY, hebben wij nu zo’n bus. Hadden onze vrienden een Peugeot J7 of iets anders gehad, dan was het wellicht zo’n oldtimer geworden. Of we waren gewoon verder in onze oldtimer-Constructam op vakantie gegaan. Maar de sfeer en ambiance waarin wij de HY tegenkwamen in Den Haag, de gastvrijheid en het enthousiasme dat de HY-rijders die wij intussen hadden leren kennen, uitstraalden en het interieur van de HY maakten dat wij er voor gevallen zijn.


Viel je op de buiten- of de binnenkant?
 De buitenkant moest zogezegd nogal wat aan gebeuren, dus dat zeker niet. Of je moet het model met de vierkante neus bedoelen. Wij vonden dat de HY in ieder geval wel iets eigens had aan de buitenkant, dat ons wel aansprak.
Maar de binnenkant was wel heel apart. Er zat een schrootjesplafond in dat helemaal hemelsblauw geschilderd was met wolkjes. De vloer was grasgroen met allemaal madeliefjes erop geschilderd en bij de schuifdeur op het stootbord van de verhoging naar de cabine waren de ribbels met Fimoklei verworden tot cactussen in pot. Door de hele bus hingen klimopranken(plastic). Het interieur had iets zigeunerachtigs en gaf je het gevoel van vrijheid/blijheid waarmee je wel op pad móest.
 

Wat weet je over hem?
We weten dat deze HY in 1965 in Amsterdam van de assemblagelijn is gerold en vervolgens gelijk naar de carrosserie en wagenfabriek van Trapmann in Utrecht is gebracht om omgebouwd te worden als camper. Er zit nog een merkje achter op de auto van deze fabriek. Trapman bouwde o.a. ook ambulances in. Op kenteken deel I uit 1965 staat dan ook Kampeerwagen en niet zoals bij vele van onze HY’sbedrijfswagen. Voor zover ik weet is het ook de enige HY met holle koplampglazen in plaats van bolle. Ben Jager had de HY van iemand, die vanwege scheiding de bus, na jaren van plezier van de hand moest doen. Wie vóór hem de eigenaren zijn geweest, wilden wij nog steeds een keer uitzoeken, maar is er nog niet van gekomen.


Heb je veel aan hem moeten veranderen (of wat zou je willen veranderen)?
We hebben in eerste instantie het interieur zo gelaten als het was, behalve de klimopslingers. Ook omdat het nog het origineel interieur uit 1965 was. We waren bovendien al druk genoeg om de HY in 3 maanden aan de buitenkant te restaureren, het dak dicht te maken, te lassen, polyesteren, schuren en schilderen. Omdat de bus uit 1965 was, midden in de Flower-Powertijd, hebben we de buitenkant geel geschilderd met allemaal gekleurde bloemmotieven uit die tijd erop. Mijn Abrahamfeest was ook geheel in hippiestijl door mijn gezin gedaan. In 2011 reed ik met mijn HY als openingswagen bij het Volksfeest in Havelte met als motto: Flower-Power, the Sixties.
De afgelopen jaren is er een door Ger Rombouts gereviseerde motor ingezet, is na een kapotte versnellingsbak op de wereldmeeting in Frankrijk, de versnellingsbak vervangen door een gereviseerde en is er een nieuwe RVS uitlaat ondergekomen.
Nu, 10 jaar later en 60 geworden, hebben wij de HY in de voorjaarsvakantie helemaal gestript en het interieur veranderd. Met name door daklekkage’s en een slecht dakluik en de roestplekken die er aan alle kanten doorkwamen is de bus grondig aangepakt. Van binnen alles eruit, het plaatwerk ontroest en stukken ingelast, geïsoleerd en met triplexplaten langs de wanden en plafond strak gemaakt. Nieuwe bedrading en verlichting aangebracht. Ook is er dit jaar een nieuwe accu en huishoudaccu ingekomen.
  De indeling van kastjes e.d. was oorspronkelijk best wel goed, dus dat hebben we weer teruggebracht. Voor elk gezinslid is er nu 1 kistje voor kleren in de kast én een provisiekast aan de andere kant. Daarna in de meivakantie de buitenkant helemaal aangepakt. Ook daar zat na 10 jaar het nodige werk aan. In de zomer en herfstvakantie tenslotte het schuren, plamuren en schilderwerk gedaan, zodat de bus er nu weer spic en span uitziet. Wat nog gebeuren moet is de cabine en de deuren, waarin nog een set aluminiumramen moet worden ingezet. Gelukkig had Alof Huizing nog een demoset liggen, die weliswaar te klein gemaakt was, maar met hulp van Alof en een vriend van ons wordt daar weer een mouw aangepast. Over enkele weken kan er een frisse, nieuwe HY naar de winterstalling. Het was me dus het onderhoudsjaartje wel.


Wat doen jullie in je vrije tijd?

 Nou, me dunkt, als je bovenstaande leest, dan weten we onze vrije tijd wel te vullen. Maar natuurlijk proberen we ook zoveel mogelijk meetings te bezoeken. Samen met onze Drentse HY-vrienden organiseren we ook al jaren de Paasmeeting en helpen we komend jaar Alof Huizing bij het organiseren  van de Jubileummeeting van het HY-team in Gasselte. En verder is er naast de HY ook nog een leven, vol drukte met kinderen en vrienden, dus geen gebrek aan invulling van onze vrije tijd. Ook wordt de HY, bij gebrek aan een aanhangwagen, zo af en toe gebruikt waar deze voor bedoeld was, zoals het ophalen van nieuwe eetkamerstoelen.


 

 


 


 
















Is jullie relatie blijvend?
Zeg nooit blijvend, maar zolang we fysiek in staat blijven om onze vakanties met de HY te blijven doen zeker. Ik denk dat de HY daarna wel in de familie blijft. De kinderen zijn ook nog steeds gegrepen door het virus en ik denk dat er dus wel een opvolger zal zijn. Maar wat ons betreft laat dit nog jaren op zich wachten.


Hoe ziet je ideale HY eruit?
 Nou volgens ons zoals deze er nu uitziet. Je gaat natuurlijk niet voor niks een jaar lang aan de bus werken en dan het idee hebben dat je het anders had moeten doen. Over alles wat er nu aan gebeurt is, is goed nagedacht, dus wij zijn eigenlijk best wel tevreden zoals hij er nu bij staat. Met een verlenging achter de wielen en in de technische toestand waarin hij nu verkeert, denken wij onze HY nog jarenlang als ideale kampeerauto te gebruiken.


Wie zou je hierna het hemd van het lHYf willen vragen?
 Dat kunnen niemand anders zijn dan Jack en Henny van Boven uit Hasselt. Hen ontmoetten wij op de Paasmeeting in Spier. Van het een kwam het ander en zo hebben we dit jaar de nodige weken met elkaar aan de algehele restauratie van onze HY gewerkt. Tussendoor vanzelfsprekend de nodige “haps en snaps” met elkaar gedeeld. Hij kan julllie ook nog over een vinding van hem vertellen om de uitlaat te beschermen, de K(h)yenvanger.